Het bruto binnenlands product van Nederland is in het tweede kwartaal van 2026 met 0,6% gegroeid ten opzichte van het eerste kwartaal, meldt het CBS in de tweede raming. Dat is 0,2 procentpunt hoger dan in de eerste publicatie, waarin de groei op 0,4% stond. De herziening is vooral toe te schrijven aan een grotere dan aanvankelijk geraamde stijging van de export (met name in diensten) en de consumptie door huishoudens.
Wat de bijstelling verklaart
Volgens het CBS draagt de groei in het tweede kwartaal vooral bij via drie onderdelen: de uitgaven van huishoudens, het handelssaldo en de overheidsconsumptie. In cijfers vertaald: de handelspositie (export minus import) en de binnenlandse bestedingen door gezinnen leverden de grootste bijdragen aan de kwartaalgroei. Dat betekent concreet dat Nederlandse bedrijven meer diensten en goederen naar het buitenland verkochten en dat huishoudens meer uitgaven hadden dan eerder was ingeschat.
Een alledaags voorbeeld: een gezin dat dit kwartaal vaker uit eten ging of meer online diensten afnam, helpt direct de consumptiecijfers omhoog — en dat maakt samen met sterkere buitenlandse verkopen het verschil tussen de eerste en tweede raming.
Arbeidsmarkt: herstel in banen
De tweede berekening bevat ook bijgestelde arbeidscijfers. Het totaal aantal banen (werkenden en zelfstandigen) nam in het tweede kwartaal toe met 15.000 ten opzichte van het voorgaande kwartaal. In de eerste raming stond nog een daling van 8.000 banen. De bijstelling wijst op een positiever arbeidsmarktsignaal dan eerst gedacht.
| Indicator | Eerste raming | Tweede raming |
|---|---|---|
| Groei bbp q/q | 0,4% | 0,6% |
| Bijstelling | — | +0,2 procentpunt |
| Aantal banen (q/q) | -8.000 | +15.000 |
| Groei op jaarbasis (y/y) | 1,3%* | 1,6% |
*eerste raming
Context en eerdere revisies
De tweede raming van het CBS verschijnt doorgaans ongeveer 85 dagen na het einde van het kwartaal en bevat meer gedetailleerde gegevens dan de eerste schatting. Gemiddeld bedroeg de absolute bijstelling in de periode 2021–2025 0,2 procentpunt. In die periode varieerden bijstellingen van -0,4 tot +0,7 procentpunt (respectievelijk in 2024 en 2021), wat onderstreept dat bijstellingen van deze orde van grootte niet ongebruikelijk zijn.
Gevolgen voor beleid en huishoudens
- Een hogere bbp-groei en meer banen verminderen de noodzaak voor haastige bijstellingen van economisch beleid door de overheid, maar vormen geen garantie voor structurele verbetering.
- Sterkere export wijst op veerkrachtige beroepssectoren; beleidsmakers zullen dit benutten bij inschattingen van handels- en industriebeleid.
- Hogere consumptie betekent voor huishoudens dat de binnenlandse vraag aantrekt, maar kan tegelijk druk op prijzen en inflatie geven afhankelijk van aanbodzijdeontwikkelingen.
De bijgestelde cijfers geven een positiever signaal dan de eerste schatting, maar blijven onderdeel van een dynamisch beeld. Verdere raming en detailcijfers in latere publicaties en sectoranalyses zullen aangeven of de trend zich voortzet, en in hoeverre deze groei breed gedragen is over sectoren en inkomensgroepen.
— Economieredactie