Huishoudens besteden een groter deel van hun budget aan afhaal- en bezorgmaaltijden, en daardoor heeft de prijsontwikkeling van die dienst een toenemende invloed op het Nederlandse inflatiecijfer. Dat stelt De Nederlandsche Bank (DNB) in een analyse over de samenstelling van de consumptie en de gevolgen voor inflatiemetingen.
Meer bestellen betekent meer gewicht in de inflatiemand
DNB wijst erop dat het inflatiecijfer tot stand komt door te kijken naar prijsstijgingen van uiteenlopende uitgavenposten: van energie en huur tot voeding en vervoer. Als consumenten relatief meer geld uitgeven aan een bepaalde categorie, krijgt de prijsontwikkeling in die categorie ook een groter aandeel in het totale inflatiecijfer. Volgens de centrale bank geldt dit nu in toenemende mate voor afhaal- en bezorgmaaltijden.
In concrete termen: waar huishoudens tien jaar geleden een kleiner deel van elke honderd euro aan bezorgmaaltijden besteedden, gaat nu een groter deel van die honderd euro naar bestelde maaltijden. Daardoor hebben prijsveranderingen bij afhaal- en bezorgdiensten meer effect op de gemeten inflatie dan voorheen.
"Daardoor zijn afhaal- en bezorgmaaltijden niet alleen zichtbaarder geworden in het straatbeeld, maar ook in de inflatiecijfers."
Wat heeft dit veroorzaakt?
DNB noemt meerdere factoren die hebben bijgedragen aan de groei van de markt voor bezorg- en afhaalmaaltijden:
- Coronapandemie: tijdens lockdowns boden veel horecazaken afhaal- en bezorgopties aan, waardoor consumenten kennismaakten met online bestelplatforms.
- Thuiswerken: minder kantoorbezoek leidt tot vaker thuis lunchen en daardoor mogelijk vaker bestellen in plaats van bedrijfsrestaurant of supermarktmaaltijd.
- Algemene consumptietrend: huishoudens kiezen vaker voor maaltijden die buiten de deur worden bereid, zowel in restaurants als via platforms.
Een herkenbaar voorbeeld uit het dagelijks leven: een kantoormedewerker die vóór corona vier keer per maand een afhaalmaaltijd bestelde, doet dat nu mogelijk acht keer. Dat verdubbelen van bestelmomenten betekent dat prijsstijgingen bij die bestellingen, zoals hogere bezorgkosten of duurdere ingrediënten, relatief zwaarder doorwerken in het maandelijkse boodschappenplaatje.
Gevolgen voor beleid en huishoudens
Voor beleidsmakers en analisten is dit relevant omdat het inflatiebeeld niet alleen afhangt van prijsstijgingen, maar ook van veranderende bestedingspatronen. Als een groeiende categorie duurder wordt, kan de totale inflatie sneller stijgen, zelfs als andere belangrijke posten zoals huur of energie stabiel blijven.
Voor gezinnen betekent dit dat inflatiegevoel, het dagelijks merken van prijsstijgingen, kan worden bepaald door categorieën die steeds vaker worden gebruikt. Een huishouden dat veel online bestelt, voelt bijvoorbeeld eerder de impact van hogere bezorg- of menukosten dan een huishouden dat zelden bestelt.
| Factor | Effect op inflatie |
|---|---|
| Meer bestedingen aan afhaal/bezorg | Groter gewicht in consumentenprijsindex |
| Stijgende prijzen van bestelde maaltijden | Grotere bijdrage aan totale inflatie |
| Stabiele energie- of huurprijzen | Inflatie kan toch stijgen door consumptieverandering |
DNB benadrukt dat energie, boodschappen en huur nog altijd zwaarder wegen in de inflatieberekening, maar dat de relatieve toename van uitgaven aan afhaal- en bezorgmaaltijden de dynamiek van het cijfer verandert. De centrale bank geeft hiermee beleidsmakers en consumenten extra context om prijsontwikkelingen te interpreteren.
Voor consumenten is de les praktisch: wie vaker bestelt, merkt sneller de gevolgen van prijsstijgingen in die categorie. Een bewuste keuze voor koken thuis of het selecteren van goedkopere bezorgopties kan daardoor direct invloed hebben op het gezinsbudget en op het persoonlijke gevoel van inflatie.
Tot slot: de samenstelling van de consumptiekorf blijft veranderen; wat vandaag een kleine categorie is, kan morgen door veranderend gedrag een belangrijke invloed hebben op macro-economische indicatoren zoals de inflatie.