De economische schade van de hittegolf deze zomer bij Nederland bedraagt naar schatting €9,2 miljard. Dat blijkt uit het Allianz Climate Economics Report 2026 van kredietverzekeraar Allianz Trade. De grootste impact zit niet in zichtbare materiële schade, maar in verloren productie doordat mensen en processen minder effectief functioneren bij extreme warmte.
Productiviteit als belangrijkste kostenpost
Allianz Trade concludeert dat de kosten vooral voortkomen uit een terugval van de arbeidsproductiviteit. Volgens de researchafdeling daalt de productie per gewerkt uur met circa 3 procent voor iedere extra graad tussen 30 en 35 °C. Tegelijkertijd nemen energiekosten toe door de grotere inzet van koeling en klimaatsystemen. Voor Nederland vertaalt zich dat volgens het rapport in een verwachte krimp van de economische groei met ongeveer 0,7 procentpunt als gevolg van de hittegolven.
"Mensen zijn door de warmte minder productief. Ook moeten vaak machines of productieprocessen worden aangepast en werkzaamheden worden uitgesteld. Dat alles telt uiteindelijk op tot miljarden aan gemiste economische productie", zegt Johan Geeroms, Director Risk Underwriting Benelux bij Allianz Trade.
In de dagelijkse praktijk betekent dit dat een medewerker op een productievloer of een bouwplaats op een warme dag minder werk kan verrichten, of vaker korte pauzes moet nemen, waardoor een hele ploeg achter raakt op schema. Voor een winkelier kan het hogere koelverbruik en minder koopkracht bij klanten samen minder winst opleveren.
Europese context en verdeling van verliezen
Het rapport bekijkt dertig Europese landen en komt voor die groep uit op een gezamenlijke schade van naar schatting €113 miljard, ongeveer 0,46 procent van het verwachte gezamenlijke bbp in 2026. Nederland behoort met zijn verlies tot de vijf zwaarst getroffenen. Alleen Italië, Duitsland, Frankrijk en België kampen met grotere absolute schadebedragen.
| Land | Geschatte schade (miljard euro) |
|---|---|
| Italië | 27,8 |
| Duitsland | 25,0 |
| Frankrijk | 20,1 |
| België | 9,4 |
| Nederland | 9,2 |
De vijf genoemde landen vertegenwoordigen samen circa 81 procent van de berekende verliezen in het onderzoek. Volgens Allianz Trade speelt naast temperatuur ook luchtvochtigheid een rol: een combinatie van hoge temperatuur en hoge luchtvochtigheid versterkt de negatieve effecten op arbeidsproductiviteit. Als voorbeeld vergelijkt het rapport Italië, met een geschat negatief effect op de groei van 1,19 procentpunt, met Hongarije, waar ondanks hogere gemeten temperaturen het effect kleiner uitvalt door lagere luchtvochtigheid.
Gevolgen voor bedrijven en huishoudens
Allianz Trade waarschuwt dat de eerste klappen terechtkomen bij de winstgevendheid van bedrijven en dat huishoudens op termijn in koopkracht kunnen worden geraakt. Bedrijven die sterk afhankelijk zijn van handarbeid of van productieprocessen die gevoelig zijn voor temperatuur hebben extra risico's. Ook sectoren met grote koelbehoefte zien hun energiekosten stijgen.
- Belangrijkste oorzaak: dalende arbeidsproductiviteit bij hitte.
- Secundair effect: hogere energiekosten voor koeling en aanpassingen in productie.
- Regionale verschillen: luchtvochtigheid en lokale klimaatcondities beïnvloeden de impact.
Voor Nederlandse beleidsmakers en bedrijfsleiders onderstreept het rapport de noodzaak om klimaatadaptatie en arbeidsomstandigheden bij hoge temperaturen te prioriteren. Praktische maatregelen kunnen variëren van werktijden aanpassen en extra pauzes tot investeringen in koeling en hittebestendige processen. Voor consumenten vertaalt de economische schade zich indirect in minder koopkracht en mogelijk hogere prijzen, bijvoorbeeld in voedingsproducten of diensten waarbij arbeidsintensiteit hoog is.
Het Allianz-rapport illustreert dat klimaatgebeurtenissen niet alleen fysieke schade veroorzaken, maar ook stilzwijgende verliezen in productiviteit die in het totaalplaatje flink meetellen. De uitkomst — €9,2 miljard voor Nederland — benadrukt dat hitte nu al een merkbare economische factor is, niet alleen een kwestie van toekomstscenario's.