Een administratieve tekortkoming in de procedure voor grensoverschrijdende zorg heeft geleid tot een volledige afwijzing van de terugbetaling van een levensreddende operatie in Nederland. De Houthalense patiënt Werner Snoeks (57) onderging op 7 april 2025 een geslaagde hartoperatie in het Universitair Medisch Centrum Maastricht, maar heeft volgens zijn gezin nog altijd een openstaande ziekenhuisrekening van €56.000.
Achtergrond van de zaak
Snoeks, die lijdt aan de zeldzame spierziekte van Steinert en eerder een zware hartoperatie onderging, kreeg vorig jaar te maken met een type-B-aortadissectie, een scheur in de wand van de grote lichaamsslagader. Specialisten van het UZ Leuven verwezen hem naar Maastricht vanwege de benodigde expertise die in België niet beschikbaar was.
Voor behandelingen buiten de eigen lidstaat is in België een voorafgaande autorisatie noodzakelijk, het zogenoemde S2-formulier. Dat formulier moet vergezeld gaan van het volledige medische dossier, zodat de adviserende geneesheer de aanvraag kan beoordelen. In de zaak-Snoeks bleek het medische dossier bij de aanvraag te ontbreken, waardoor de adviserende arts de behandeling niet kon goedkeuren.
“Alle partijen verschuilen zich achter de wettelijke procedure die niet correct is gevolgd, maar ik ben weken voor de operatie al naar Solidaris getrokken om mij te informeren over de formulieren die moesten worden ingediend,”
Volgens het echtpaar werd het medische verslag pas vier dagen na de ingreep overgemaakt. Die vertraging leidde tot een afwijzing van de tussenkomst. Solidaris, het ziekenfonds, diende op 23 april 2025 nog een verzoek om achteraf erkenning wegens overmacht in bij het Rijksinstituut voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering (Riziv), maar ook dat verzoek werd geweigerd.
Financiële en menselijke consequenties
Voor het Houthalense gezin is de uitkomst desastreus: het gaat om een bedrag dat volgens de echtgenote niet te dragen is met haar pensioen en de invaliditeitsuitkering van haar man. De zaak illustreert de schrijnende spanning tussen juridische regels en medische noodzaak, zeker in grensregio’s waar patiënten op korte afstand over de grens behandeld worden.
- Datum ingreep: 7 april 2025
- Bedrag factuur: €56.000
- Verzekeraar: Solidaris
- Verantwoordelijke beoordelende instantie: Riziv
| Onderdeel | Status |
|---|---|
| S2-aanvraag | Ingediend (medisch dossier ontbrak) |
| Medisch dossier | Ontvangen vier dagen na ingreep |
| Achteraf erkenning (overmacht) | Ingediend 23 april 2025 — geweigerd |
Breder belang en knelpunten
De casus raakt aan meerdere structurele vraagstukken rondom grensoverschrijdende zorg in Europa en de Benelux. Ten eerste: de strikte administratieve eisen rond S2-voorschriften vragen tijdige en volledige aanlevering van medische informatie. Ten tweede: de mogelijkheden voor noodsituaties en medische urgentie blijken kwetsbaar zodra formaliteiten niet strikt worden nageleefd. Ten derde: de procedurele afhandeling van achterafverzoeken wegens overmacht lijkt in deze zaak geen uitweg te bieden voor patiënten die al geopereerd zijn.
Voor patiënten die in grensstreken wonen of worden doorverwezen naar gespecialiseerde centra over de grens, betekent dit dat het risico op financiële nasleep reëel blijft wanneer documenten ontbreken of te laat worden aangeleverd. Ziekenfondsen en uitkerende instanties wijzen elkaar in publieke discussies vaak op wettelijke kaders; in dit dossier leidt dat tot een situatie waarbij de patiënt en zijn gezin de directe en concrete schade dragen.
Wat nu?
De familie heeft juridisch verzet ingezet tegen de beslissing, maar tot op heden blijven Solidaris en het Riziv bij hun afwijzing op basis van de geldende regelgeving. De zaak zal mogelijk als casus dienen voor discussies over flexibiliteit in noodsituaties en de praktische uitvoering van Europese en nationale regels voor grensoverschrijdende zorg.
Regionaal en historisch gezien benadrukt de kwestie de kwetsbaarheid van zorgpaden die over grenzen heen lopen: medische kennis en capaciteit zijn vaak geconcentreerd in universitair centra, waardoor verwijzingen noodzakelijk zijn — maar de administratieve systemen kunnen die realiteit niet altijd soepel volgen.
Belangrijkste vraag die blijft hangen: wie draagt uiteindelijk de verantwoordelijkheid wanneer medische urgentie botst met administratieve formaliteiten — en hoe kan dat in de toekomst worden voorkomen?