De Faculteit Wiskunde en Natuurwetenschappen presenteert in haar voorlopige meerjarenbegroting een prognose waarin het aantal promovendi over de jaren 2027–2031 met 22 procent afneemt. Dat blijkt uit notulen en verslagen die tijdens een recente vergadering van de faculteitsraad werden besproken. Voor medewerkers en onderzoekers roept dat ernstige zorgen op over de continuïteit van laboratoriumwerk, onderwijs en wetenschappelijke productie.
Financiële druk en personeelskosten
De meerjarenbegroting eindigt volgens de presentatie met een klein tekort, dat mede wordt toegeschreven aan inflatie en salarisverhogingen. Verder wijzen de documenten op minder middelen vanuit het ministerie en de noodzaak dat de faculteit bijdraagt aan doorontwikkeling van de Science Campus. Die combinatie van factoren leidt volgens het faculteitsbestuur tot moeilijke keuzes, waarbij tijdelijke contracten voor promovendi kwetsbaar zijn.
“Als dat realiteit wordt, is het heel ernstig.”
Dat zei Jeanette de Wolf, projectmanager van de financiële commissie, tijdens de vergadering. Ze benadrukte dat promovendi een cruciale rol vervullen: zij doen veel laboratoriumwerk, voeren onderzoek uit en zijn belangrijk bij het verzorgen van onderwijs. Een vermindering van het aantal PhD‑posities kan daarom direct effect hebben op de kwaliteit en de omvang van wetenschappelijke activiteiten binnen de faculteit.
Gevolgen voor onderzoek en onderwijs
Promovendi vormen in veel bètafaculteiten de ruggengraat van experimenteel onderzoek. Zij doen vaak het uitvoerende werk in laboratoria, ontwikkelen methoden en begeleiden studenten in praktische onderdelen. Een structurele inkrimping kan leiden tot:
- langzamere voortgang van lopende onderzoeksprojecten;
- minder capaciteit voor college- en practicumbegeleiding;
- risico op verlies van onderzoeksfinanciering die afhankelijk is van personeelsinzet.
Daarnaast waarschuwen betrokkenen dat het verminderen van promovendi-plaatsen de lange termijn ontwikkeling van wetenschappelijk talent schaadt, wat gevolgen kan hebben voor de nationale kenniseconomie.
Zoektocht naar oplossingen
Decaan Jasper Knoester erkende tijdens de bijeenkomst de zorg, maar gaf volgens de notulen aan dat de mogelijkheden beperkt zijn. Hij noemde concrete maatregelen als het vereenvoudigen van interne processen en het inzetten van kunstmatige intelligentie om efficiënter te werken, maar benadrukte dat er weinig ruimte is binnen de voorgestelde budgetkaders.
“We kunnen bijvoorbeeld wel kijken naar het gebruik van AI, en of we dat kunnen inzetten bij bepaalde processen.”
Daarnaast wezen betrokkenen op een subtiel verschuivingsprobleem: terwijl het aantal wetenschappelijk personeel daalt, laat de prognose een lichte stijging zien van ondersteunend personeel. Dat roept vragen op over prioritering van middelen en de optimale inzet van personeel binnen de faculteit.
| Item | Waarde |
|---|---|
| Prognose periode | 2027–2031 |
| Verwachte daling promovendi | 22% |
Reacties en bredere implicaties
De discussie binnen de faculteitsraad weerspiegelt een breder debat in het hoger onderwijs: hoe houden universiteiten onderzoeks- en onderwijscapaciteit op peil bij krappe budgetten? De combinatie van landelijke bezuinigingen, CAO‑kosten en inflatiedruk dwingt instellingen tot heroverweging van personeelsbeleid. Voor de betrokken faculteit is de uitdaging concreet: zij moet kiezen waar schaartjes worden gesneden zonder de kern van wetenschappelijke opleiding en onderzoek te ondermijnen.
Voor studenten, promovendi en onderzoekers betekent de prognose onzekerheid over financiering, mogelijkheden voor promotietrajecten en de beschikbaarheid van begeleiding en faciliteiten. De komende maanden zullen cruciaal zijn: de definitieve begroting en nationale besluiten over onderzoeksfinanciering bepalen in hoeverre de gevreesde krimp realiteit wordt.