Het Centraal Planbureau (CPB) stelt dat de economische impact van de door het kabinet voorgestelde Nationale Investeringsinstelling (NII) naar verwachting beperkt zal zijn. Dat melden CPB-deskundigen enkele dagen nadat het kabinet bekendmaakte dat er €3,3 miljard beschikbaar komt voor de nieuwe instelling, bedoeld om investeringen mogelijk te maken waar de markt tekortschiet.
Rolverdeling tussen NII en bestaande instrumenten
Volgens het CPB kan een NII waarde hebben bij het verbeteren van de toegankelijkheid van financiering voor innovatieve ondernemers, maar de instelling is niet het universele antwoord op alle investeringsproblemen in de economie. Voor bredere maatschappelijke doelstellingen — zoals verduurzaming, defensie en infrastructuur — zijn andere overheidsinstrumenten vaak geschikter, aldus de raad. Het CPB noemt expliciet subsidie als voorbeeld van zo’n alternatief instrument.
Praktisch betekent dit dat de NII alleen toegevoegde waarde levert als zij investeringen financiert die private partijen anders niet zouden doen. Deskundigen benadrukken echter dat het lastig is vast te stellen hoeveel investeringen die economisch rendabel zijn, daadwerkelijk zonder externe financiering blijven.
"Het kan inderdaad 'meerwaarde' hebben bij het toegankelijker maken van financiering," schrijft het CPB. "Hoeveel investeringen die eigenlijk wel rendabel zijn geen financiering kunnen krijgen, is moeilijk vast te stellen."
Knelpunten die buiten financiering liggen
Het CPB wijst erop dat financiering niet de enige belemmering kan zijn voor investeringen. Andere knelpunten kunnen projecten frustreren, zoals een tekort aan personeel of beperkingen door stikstofruimte. Dat betekent dat zelfs wanneer de NII geld beschikbaar stelt, sommige investeringen alsnog niet doorgaan omdat zij op andere fronten vastlopen.
Voor ondernemers in de praktijk betekent dit: de NII kan helpen wanneer de bank of private investeerder terugschrikt ondanks dat een project rendabel lijkt. Maar als een onderneming bijvoorbeeld geen gekwalificeerd personeel kan vinden, of als een bouwproject geen vergunning krijgt vanwege stikstofregels, lost extra kapitaal die problemen niet op. Een concrete situatie is een lokale maakplaats die wil uitbreiden maar geen technici kan vinden; financiering alleen brengt geen monteurs binnen.
Politieke en maatschappelijke discussie blijft
In Den Haag leeft al langer de wens om een nationale investeringsbank op te richten; ook prominente economen en zakenmensen, waaronder oud-ASML-topman Peter Wennink, pleitten eerder voor zo’n instelling. Het CPB benadrukt dat nut en noodzaak onderwerp van een breed maatschappelijk debat zijn en niet louter op economische modellering kunnen worden beslecht.
| Onderwerp | CPB-inschatting |
|---|---|
| Beschikbaar budget | €3,3 miljard |
| Verwachte impact | Waarschijnlijk beperkt |
| Beste toepassing | Toegankelijkheid van financiering voor ondernemers |
| Minder geschikt voor | Brede maatschappelijke doelen; subsidies vaak geschikter |
Gevolgen voor beleid en praktijk
- Het kabinet moet helder definiëren voor welke markttekorten de NII bedoeld is en welke projecten daadwerkelijk zonder private financiering blijven.
- Beleid buiten financiering — zoals het aanpakken van personeelstekorten en ruimtelijke beperkingen — blijft noodzakelijk om investeringen te laten doorgaan.
- De maatschappelijke discussie over prioritering van doelen (klimaat, infrastructuur, defensie) blijft relevant omdat sommige doelen beter met subsidies of regulering worden bereikt.
Voor een ondernemer die dagelijks worstelt met investeringen betekent dit dat de aangekondigde instelling kansen kan bieden, maar geen pasklare oplossing is voor alle problemen. Een startende tech-ondernemer die bijvoorbeeld kapitaal zoekt voor schaalvergroting kan baat hebben bij extra financieringsbronnen. Een landbouwbedrijf dat wacht op ruimte voor uitbreiding maar tegen stikstofregels aanloopt, helpt extra kapitaal echter weinig.
Het CPB-advies zal het debat in politiek Den Haag voeden: de vraag is niet alleen óf de NII er moet komen, maar vooral hoe zij zich onderscheidt van bestaande instrumenten en met welke selectiecriteria zij werkt. De komende weken en maanden zal duidelijker worden hoe kabinet en Kamer omgaan met die aanbevelingen en of het beschikbare budget van €3,3 miljard strategisch wordt ingezet om de beoogde meerwaarde te realiseren.