De persoonlijke spaarquote van Amerikaanse huishoudens is in juni gedaald naar 2,7 procent, blijkt uit cijfers van het Amerikaanse Bureau of Economic Analysis (BEA). Dat betekent dat Amerikanen na belastingen en uitgaven gemiddeld nog maar een klein deel van hun besteedbare inkomen opzijzetten. Het cijfer ligt beduidend onder het historische gemiddelde, dat boven de 8 procent ligt, en nadert daarmee oud laagterecords.
Wat zeggen de cijfers?
Vergelijkende cijfers tonen de snelheid van de daling: een jaar geleden bedroeg de spaarquote nog circa 4,5 procent, twee jaar geleden ongeveer 5,7 procent. Het laagste niveau in de maandelijkse reeks ligt op 1,4 procent, bereikt in juli 2005. Uit het BEA-rapport blijkt verder dat het besteedbare persoonlijke inkomen in juni met 0,2 procent steeg, terwijl de consumentenuitgaven met 0,3 procent toenamen. In totaal spaarden Amerikanen op jaarbasis omgerekend 646,1 miljard dollar.
| Indicator | Waarde |
|---|---|
| Persoonlijke spaarquote (juni) | 2,7% |
| Spaargeld (jaarbasis) | 646,1 miljard dollar |
| PCE-inflatie (juni, jaar-op-jaar) | 3,7% |
| Kerninflatie (juni) | 3,3% |
| Detailhandelsverkopen (juli versus juni) | -0,6% |
Waarom dit belangrijk is
Een lage spaarquote maakt huishoudens kwetsbaarder voor schokken. Als buffers slinken, reageren consumenten sneller op onzekerheid door aankopen uit te stellen. Dat kan de binnenlandse vraag trekken en de groei afremmen, met potentieel doorwerkende effecten op arbeidsmarkt en winstgevendheid van bedrijven.
De financieringspositie van gezinnen staat onder druk door aanhoudend hogere prijzen. De belangrijkste inflatiemaatstaf van de VS, de PCE-prijsindex, noteerde in juni een stijging van 3,7 procent op jaarbasis; de kerninflatie bedroeg 3,3 procent. Voor een huiseigenaar kan dat concreet betekenen dat maandelijkse uitgaven voor boodschappen en energie een groter deel van het budget opeisen, waardoor minder overblijft voor sparen of onverwachte uitgaven zoals een kapotte wasmachine of auto.
- Een lage spaarquote vergroot economische kwetsbaarheid bij banenverlies of renteverhogingen.
- Lagere binnenlandse bestedingen kunnen de economische groei remmen en bedrijven dwingen kosten terug te schroeven.
- Financiële markten en ook de cryptomarkt reageren vaak gevoelig op signalen van zwakke consumentenvraag.
Signalen op wekelijkse en maandelijkse basis
Naarmate consumentenvoorraad krimpt, stijgt de kans dat detailhandelsverkopen en bedrijfsomzetten onder druk komen te staan. Recent daalden de detailhandelsverkopen in juli met 0,6 procent ten opzichte van de voorgaande maand, terwijl economen juist een lichte toename verwachtten. Samen met de lage spaarquote vormt dit een dubbele aanwijzing dat Amerikaanse huishoudens voorzichtiger worden.
Voor Nederlandse bedrijven en beleggers zijn dergelijke ontwikkelingen relevant. Een vertraging van de Amerikaanse consumptie kan vraag naar Europese exportgoederen drukken en markten volatieler maken. Voor consumenten is het praktisch: denk aan een huishouden dat normaal €200 per maand spaart en dat ziet teruglopen naar €50 — het gevolg is minder ruimte voor duurzame aankopen of voor onverwachte kosten.
Of en hoe snel dit doorwerkt naar een bredere economische vertraging hangt af van meerdere factoren: loonontwikkeling, rentebeleid van de Federal Reserve en internationale handelsstromen. Voor nu tonen de cijfers duidelijk aan dat de financiële buffer van Amerikaanse gezinnen kleiner is geworden, wat het risico op grotere economische schommelingen vergroot.