Het aantal faillissementen in Nederland is in augustus op jaarbasis toegenomen. Volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) gingen vorige maand 304 bedrijven failliet, 24 meer dan in augustus vorig jaar en 38 meer dan in juli.
Faillissementsgraad en sectoren
De zogenoemde faillissementsgraad — het aantal faillissementen per 100.000 bedrijven — kwam in augustus uit op 8,1. Een jaar eerder lag die graad op 7,6. Het CBS gebruikt deze maat omdat het beter vergeleken kan worden tussen sectoren en over de tijd, aangezien het totale aantal ondernemingen kan schommelen.
Relatief gezien waren de meeste faillissementen in de horeca: per 100.000 ondernemingen in die sector gingen er 21 failliet. Dat is lager dan een jaar eerder, toen het cijfer nog bijna 31 bedroeg. De industriesector noteerde een faillissementsgraad van 20,1.
| Meetpunt | Waarde |
|---|---|
| Totaal faillissementen (augustus) | 304 |
| Verschil t.o.v. vorig jaar | +24 |
| Faillissementsgraad (per 100.000 bedrijven) | 8,1 (vorig jaar 7,6) |
| Horeca (per 100.000) | 21 (vorig jaar bijna 31) |
| Industrie (per 100.000) | 20,1 |
Historische context en trend
De faillissementsgraad wordt vanaf 2015 berekend. Het hoogste geregistreerde niveau was in maart 2015 met 24,8 faillissementen per 100.000 bedrijven; het laagste punt werd in augustus 2021 bereikt met 3,4. Na 2021 steeg de graad weer richting 2024, stabiliseerde daarna kort en vertoont sinds het najaar van 2024 een lichte dalende trend — al laten de cijfers van augustus dit jaar weer een kleine opleving zien.
Wat betekent dit voor ondernemers en consumenten?
Voor de dagelijkse praktijk van kleine ondernemers is zo’n cijfer niet abstract. Denk aan een buurtcafé dat door tegenvallende klandizie en hogere kosten minder omzet draait; voor de eigenaar betekent een faillissement niet alleen het sluiten van de zaak, maar ook verlies van inkomen voor het personeel en mogelijke problemen voor leveranciers die nog openstaande rekeningen hebben.
- Voor leveranciers van kleine horecazaken en producenten in de industrie kan een stijging van faillissementen leiden tot vertraagde betalingen of gemiste orders.
- Voor consumenten kan het effect merkbaar zijn in minder aanbod in de buurt (minder cafés of kleine winkels) en mogelijk hogere prijzen als aanbod krimpt.
Hoewel de stijging ten opzichte van vorig jaar relatief beperkt lijkt, wijzen de sectorcijfers erop dat bepaalde bedrijfstakken kwetsbaarder blijven. Met name de horeca kent nog altijd een hogere faillissementsgraad dan het nationale gemiddelde, ondanks de daling ten opzichte van het voorgaande jaar.
De CBS-cijfers geven beleidsmakers, kredietverstrekkers en ondernemers een meetinstrument om risico’s in kaart te brengen. Voor individuele ondernemers blijft het van belang om de kaspositie en kostenstructuur scherp te houden en scenario’s door te rekenen voor minder gunstige perioden.
De ontwikkelingen vragen om blijvende aandacht, zowel van bedrijven zelf als van banken en beleidsmakers, om te voorkomen dat consumenten en ketenpartners te veel last krijgen van opeenvolgende faillissementen.