Vlaanderen kampt met een hoog en stijgend ruimtebeslag: volgens recente cijfers van het Vlaamse Departement Omgeving is 15,7 procent van het grondgebied bedekt met kunstmatige materialen zoals asfalt, baksteen en beton. Wanneer daar tuinen, recreatiegebieden, sportterreinen, parken en onbebouwde gronden bij worden opgeteld, wordt ruim 32,4 procent aangeduid als ingenomen ruimte.
Waar blijft de natuur?
Van het Vlaamse grondgebied bestaat vrijwel de helft uit landbouwgrond; natuur neemt slechts ongeveer 21 procent van het gebied in beslag, en daarvan is grofweg de helft bos. Op Europees niveau behoort België tot de slechtste voorbeelden: het land heeft een ingenomen ruimte van 21 procent, alleen Malta scoort met 31 procent nog slechter.
De tendens is niet gunstig. In het afgelopen decennium nam de verharde oppervlakte toe met 11 procent, wat neerkomt op gemiddeld 5,8 hectare per dag. Ter vergelijking: dat zijn meer dan acht voetbalvelden of 1,8 keer de oppervlakte van de Grote Markt van Sint-Niklaas. Tegelijkertijd is diezelfde Grote Markt in Sint-Niklaas ook genoemd als een voorbeeld van een succesvol 'onthardingsproject'.
Deskundigen vragen zich af: waarom zoveel extra ruimte?
Peter Lacoere, expert ruimtelijke ontwikkeling aan HOGENT en KU Leuven, wijst op de disproportionele groei van ruimtebeslag ten opzichte van bevolkingsgroei. In zijn analyse neemt Vlaanderen een aanzienlijk groter deel van het grondgebied in voor menselijke functies dan vergelijkbare regio's, zegt hij.
"De landinname in Vlaanderen steeg maar liefst tweeënhalve keer sneller dan de bevolkingsgroei. Alle vormen van ruimtebeslag namen toe: woningbouw, wegenis, industrie, kleinhandel, recreatie…"
Lacoere vraagt nadrukkelijk of elk nieuw stukje verharding — een parking, een golfterrein of een luxeresort — wel gerechtvaardigd is gezien het offer dat wordt gebracht op open ruimte en natuur. Die vraag raakt aan ruimtelijke prioriteiten en afwegingen tussen economische ontwikkeling, recreatie en ecologische waarden.
Gevolgen voor natuur en samenleving
De toename van verharding brengt directe ecologische en maatschappelijke gevolgen met zich mee. Op het ecologische vlak leidt het tot verlies van natuurlijke habitats en tot versnippering van wat er nog aan natuur overblijft. Hierdoor kunnen ecosysteemdiensten, zoals bestuiving en natuurlijke wateropvang, onder druk komen te staan.
- Verlies en versnippering van leefgebieden voor planten en dieren.
- Verminderde ecosysteemdiensten zoals bestuiving en waterinfiltratie.
- Grotere wateroverlast en hitte-eilandeffecten in dicht bebouwde gebieden.
De cijfers tonen ook een politiek-maatschappelijke dimensie: lokale projecten die extra verharding vragen, kunnen tot protest en tegenkrachten leiden, vooral wanneer burgers het nut van dergelijke ingrepen betwijfelen.
Datapunten in het kort
| Kenmerk | Percentage / maat |
|---|---|
| Verhard oppervlak (Vlaanderen) | 15,7% |
| Ingenomen ruimte (tuinen, recreatie, onbebouwd) | 32,4% |
| Natuur (Vlaanderen) | 21% |
| Toename verharding laatste decennium | 11% (≈ 5,8 ha/dag) |
| België, ingenomen ruimte | 21% (Malta 31%) |
De beschikbare cijfers laten zien waar de knelpunten zitten, maar niet automatisch welke beleidsmaatregelen het meest effectief zijn om de trend te keren. Voorbeelden van mogelijke acties die in andere regio's worden onderzocht of toegepast, zijn het stimuleren van compacter bouwen, het invoeren van strengere regels voor landgebruik en het actief investeren in ontharding en groene infrastructuur. Dergelijke opties vereisen echter politieke keuzes en vaak ook samenwerking tussen gemeenten, provincies en gewesten.
Dat Vlaanderen zowel een economisch intensieve regio is als een dichtbevolkt gebied, verklaart deels de hoge verhardingsgraad. Tegelijkertijd roept de snelheid van de landinname normen en vragen op over de prioritering van ruimte en de bescherming van ecosysteemdiensten — kwesties die ook in andere dichtbevolkte delen van Nederland en Europa actueel zijn.
De cijfers van het Departement Omgeving bieden aanknopingspunten voor verdere discussie: over welke ruimte Nederland en Vlaanderen willen behouden, welke functies prioriteit moeten krijgen en hoe toekomstige groei kan samengaan met behoud van natuur en klimaatbestendigheid. Dat debat is onvermijdelijk zolang verharding en landinname in hetzelfde tempo doorgaan.