Dertien Nederlandse universiteitsfondsen, onder meer het Universiteitsfonds Limburg van de Universiteit Maastricht, zijn een gezamenlijke campagne gestart om aandacht te vragen voor het nalaten aan de wetenschap. Met persoonlijke verhalen en visuele materialen willen de fondsen Nederlanders, alumni en (oud-)medewerkers informeren over de mogelijkheden en de maatschappelijke waarde van een schenking in een testament.
Persoonlijke verhalen als kern van de campagne
De campagne toont zeven persoonlijke verhalen van mensen die ervoor kozen (een deel van) hun nalatenschap aan een universiteitsfonds te schenken. Die verhalen geven inzicht in uiteenlopende motieven en in de concrete maatschappelijke thema’s waaraan een nalatenschap kan bijdragen, zoals medisch onderzoek, talentontwikkeling, innovatie, democratie en duurzaamheid. De verhalen worden visueel ondersteund door kartonnen silhouetten waarop de persoonlijke motivatie van de schenker staat vermeld, zodat de donaties niet alleen als geldbedrag maar ook als morele en symbolische overdracht zichtbaar worden.
"Maak essentieel onderzoek, onderwijs en talentontwikkeling mogelijk"
Met die slogan wil de campagne duidelijk maken dat een nalatenschap kan bijdragen aan lange termijnprojecten en aan de ontwikkeling van nieuw talent binnen universiteiten. De deelnemende fondsen benadrukken dat veel mensen niet weten dat universiteitsfondsen een erkende ANBI-status kunnen hebben, of dat er meerdere opties zijn om te schenken, van een deel van de erfenis tot een volledige toewijzing.
Praktische informatie en doelgroepen
De campagne richt zich op diverse doelgroepen: betrokken Nederlanders in het algemeen, alumni van universiteiten en (oud-)medewerkers. Door persoonlijke portretten centraal te stellen, willen de fondsen laten zien dat er geen eenduidige motivatie bestaat voor nalaten; het kan voortkomen uit dankbaarheid, betrokkenheid bij een vakgebied of de wens om een blijvende maatschappelijke bijdrage te leveren.
- Aantal deelnemende fondsen: 13 universiteitsfondsen, waaronder Universiteitsfonds Limburg.
- Aantal persoonlijke verhalen in de campagne: 7.
- Vorige gezamenlijke campagne: gelanceerd in 2024, met een magazine en informatiemateriaal.
De campagne borduurt voort op de gezamenlijke inspanning van 2024, toen universiteitsfondsen al informatiemateriaal en een magazine ontwikkelden om nalaten aan de wetenschap onder de aandacht te brengen. Nu ligt de nadruk expliciet op persoonlijke verhalen en de zichtbare verbeelding van gulle gevers, met het doel betrokkenheid en herkenning te vergroten.
Gevolgen voor onderzoek en onderwijs
Een toename van nalatenschappen kan voor universiteiten belangrijke extra middelen opleveren, vooral voor projecten en posities die minder goed uit reguliere financieringsstromen gefinancierd worden. Fondsen worden vaak ingezet voor het opzetten van onderzoeksprogramma’s, het aanbieden van beurzen en het ondersteunen van infrastructuur. Hoewel de campagne geen concrete doelbedragen noemt, benadrukken de fondsen dat nalatenschappen zich lenen voor doelen met lange looptijd en blijvende impact.
Door de ANBI-status van veel universiteitsfondsen te benadrukken, willen de initiatiefnemers ook duidelijk maken dat nalaten aan een universiteit fiscale en administratieve voordelen kan hebben en dat het een formele, erkende vorm van liefdadigheid is.
Reacties en vervolg
De campagne toont bewust individuele verhalen om potentiële gevers te inspireren en te informeren. Of de actie daadwerkelijk leidt tot meer nalatenschappen zal afhangen van de mate waarin de verhalen resoneren en van praktische bereikbaarheid van informatie over testamentaire mogelijkheden. Universiteitsfondsen geven aan dat zij in gesprek blijven met achterban en betrokkenen om de toegankelijkheid van informatie te verbeteren en vragen rondom juridische en fiscale aspecten te beantwoorden.
De gezamenlijke aanpak van de fondsen versterkt de zichtbaarheid van het onderwerp op nationaal niveau en kan op termijn bijdragen aan een stabielere en diversere financieringsbasis voor de wetenschap in Nederland.