Chantal Theunissen (57) bracht jaren door met zó veel pijn dat haar dagelijks leven drastisch veranderde: ze had een bed in de woonkamer, kookte zittend en kon haar kind niet optillen. In haar boek Chronische pijn is níet normaal schetst ze hoe die situatie ontstond, welke hulp zij ontving en waarom zij pleit voor een bredere, levensstijlorientatie bij langdurige pijnklachten.
Van aanhoudende rugklachten naar ingrijpende beperkingen
De eerste klachten begonnen volgens Theunissen rond haar twintigste: toen nog wisselende maar hevige rugklachten en spit. Op haar 31ste verergerden de problemen door bekkenklachten tijdens een zwangerschap. Bij een latere zwangerschap namen de klachten zulke vormen aan dat haar dagelijkse functioneren ernstig werd aangetast. Ze vertelt dat ze zich voortbewoog met een bureaustoel door haar woning en zich terugtrok achter gesloten deuren.
"Ik dacht: dit gebeurt bij veel vrouwen achter gesloten deuren, maar dat weet niemand"
Volgens Theunissen leidde die langdurige pijn tot verlies van zelfstandigheid en sociale isolatie. Activiteiten die voorheen vanzelfsprekend waren, werden onbereikbaar. Ze noemt koken, zorgen voor kinderen en het uitoefenen van werk en ambities als voorbeelden van wat pijn zo grondig kan aantasten. Daarnaast benadrukt ze dat chronische pijn niet alleen lichamelijk maar ook eenzaam en psychisch zwaar is.
Een andere benadering: verder kijken dan de plaats van pijn
Gedurende haar worsteling zocht Theunissen hulp bij onder meer huisartsen en fysiotherapeuten. In eerste instantie kreeg ze regelmatig het signaal dat sommige klachten er 'bij hoorde'. Zij raakte ervan overtuigd dat dat niet genoeg was. Haar pleidooi in het boek is duidelijk: behandel chronische pijn niet alleen als een lokaal probleem, maar onderzoek ook leefstijl, slaap, voeding en het totale patroon van iemands leven.
- Slaap en herstelritme als factor bij pijnbeleving.
- Voeding en energiehuishouding die belastende processen kunnen beïnvloeden.
- Grenzen stellen en het opnieuw vormgeven van dagelijkse activiteiten.
Ze geeft aan dat veel behandelingen zich vooral richten op de plek waar het pijn doet, terwijl factoren buiten dat gebied minstens zo belangrijk kunnen zijn voor herstel en kwaliteit van leven.
Herstel en gevolgen voor anderen met pijnklachten
Inmiddels beschrijft Theunissen zichzelf als hersteld: ze kan weer sporten, skiën en zelfs dansen op hoge hakken. Dat herstel gebruikt ze niet alleen als persoonlijk succesverhaal, maar als voorbeeld en hooppunt voor andere vrouwen die langdurig met pijn leven. Ze zegt te hebben geleerd dat kleine ingrepen in leefstijl en aandacht voor bredere aspecten van gezondheid het verschil kunnen maken.
Haar ervaring onderstreept een belangrijk aandachtspunt voor de eerstelijnszorg en specialisten: patiënten met aanhoudende pijn kloppen vaak aan met fysieke klachten, maar hebben baat bij multidisciplinaire benadering die ook psychosociale en levensstijlfactoren betrekt. Voor professionals en beleidsmakers kan dit aanleiding zijn om behandelprotocollen en voorlichting aan te scherpen.
| Levensfase | Gebeurtenis |
|---|---|
| Rond 20 jaar | Beginnende, terugkerende rugpijn en spit |
| 31 jaar | Bekkenklachten tijdens zwangerschap |
| Recente jaren | Langdurige beperkingen, uiteindelijk herstel en boekpublicatie |
Voor lezers met eigen ervaringen van chronische pijn biedt het boek volgens Theunissen niet een universele sleutel, maar wel handvatten en hoop. Haar centrale boodschap blijft dat pijn die lang aanhoudt niet normaal is en dat er meer nodig is dan uitsluitend lokale behandeling: een integrale blik op slaap, voeding, grenzen en dagelijkse routines kan wezenlijk bijdragen aan herstel en levenskwaliteit.
Het verhaal van Theunissen roept ook maatschappelijke vragen op: hoe worden pijnklachten in de zorg en op de werkvloer erkend? En hoe kan voorlichting en behandeling zodanig worden ingericht dat mensen niet jarenlang in isolement en beperkingen terechtkomen?