Uit nieuwe cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) blijkt dat de gemiddelde afstand tot de dichtstbijzijnde basisschool in Nederland in 2025 0,8 kilometer bedroeg. Vanaf ieder adres is er gemiddeld 1,6 basisscholen binnen 1 kilometer over de weg bereikbaar en zijn er 22 basisscholen binnen 5 kilometer.
Grote regionale verschillen
De cijfers tonen aanzienlijke verschillen tussen gemeenten en provincies. In enkele kleine gemeenten wonen kinderen zeer dicht bij een school: op Schiermonnikoog, in Urk, Haarlem en Alblasserdam ligt de gemiddelde afstand tot de dichtstbijzijnde basisschool rond 0,5 kilometer. Aan de andere kant van het spectrum staan gemeenten als Zeewolde, Baarle-Nassau en Westerveld, waar de gemiddelde afstand 1,6 kilometer is.
Het CBS merkt op dat kinderen in de provincie Drenthe gemiddeld relatief verder moeten reizen naar school dan in andere delen van het land. Die spreiding weerspiegelt de verschillen in bevolkingsdichtheid en in hoe het schoolaanbod geografisch is geconcentreerd.
Steden met veel scholen binnen bereik
Op gemeenteniveau springen enkele Zuid-Hollandse plaatsen eruit wat betreft het aantal basisscholen binnen 5 kilometer. In Den Haag ligt dat aantal gemiddeld het hoogst: 77,5 scholen. Ook in Rijswijk is het aanbod groot met 67,8 scholen binnen 5 kilometer. Landelijk staat Amsterdam op de derde plaats met gemiddeld 53,7 basisscholen binnen die afstand.
| Locatie | Kenmerk | Waarde |
|---|---|---|
| Algemeen (landelijk) | Gemiddelde afstand tot dichtstbijzijnde basisschool | 0,8 km |
| Algemeen (landelijk) | Aantal basisscholen binnen 1 km | 1,6 |
| Algemeen (landelijk) | Aantal basisscholen binnen 5 km | 22 |
| Den Haag | Aantal basisscholen binnen 5 km | 77,5 |
| Rijswijk | Aantal basisscholen binnen 5 km | 67,8 |
| Amsterdam | Aantal basisscholen binnen 5 km | 53,7 |
Voortgezet onderwijs: grotere afstanden
Voor scholen voor voortgezet onderwijs liggen de afstanden hoger. Op 1 januari 2025 was de gemiddelde afstand tot een middelbare school 2,5 kilometer over de weg. Binnen die categorie zijn er bovendien verschillen tussen schooltypen: scholen voor vmbo liggen in doorsnee iets dichter bij met gemiddeld 2,6 kilometer, terwijl scholen voor havo/vwo gemiddeld op 3,4 kilometer liggen.
Wat betekenen deze cijfers praktisch?
- Voor ouders: in veel stedelijke gebieden zijn meerdere basisscholen binnen korte fiets- of loopafstand; in dunbevolkte gebieden kan schoolkeuze gepaard gaan met langere reistijden.
- Voor gemeenten en schoolbesturen: de spreiding van scholen is relevant bij plannen voor woningbouw, verkeers- en parkeermaatregelen rondom scholen en bij regionale samenwerkingsafspraken over leerlingvervoer.
- Voor beleidsmakers: regionale ongelijkheid in nabijheid vraagt om maatwerk, vooral in gebieden waar kinderen structureel verder moeten reizen.
Conclusie
De nieuwe CBS-cijfers schetsen een duidelijk beeld: gemiddeld wonen kinderen tegenwoordig relatief dichtbij een basisschool, maar de variatie tussen gemeenten en provincies is groot. Stedelijke kernen zoals Den Haag bieden veel keuzemogelijkheden binnen korte afstand, terwijl op meerdere eilanden en in dunbevolkte gemeenten het aanbod beperkt is. Voor voortgezet onderwijs geldt dat leerlingen gemiddeld langere afstanden afleggen, met name voor havo/vwo.
Deze informatie is relevant voor ouders die verhuizen, voor lokale overheden die nieuwbouw plannen en voor onderwijsbesturen die hun netwerk van scholen willen afstemmen op demografische veranderingen.