De tuchtrechter heeft een advocate uit Maastricht met onmiddellijke ingang geschorst. Volgens de uitspraak is de kans te groot dat zij opnieuw cliënten zou bijstaan terwijl zij onder invloed verkeert. De maatregel volgt op een reeks incidenten die zich over ruim twee jaar uitstrekten en waarbij zowel beroepsmatig functioneren als de persoonlijke veiligheid in het geding waren.
Verschillende incidenten in tijdlijn
De problemen begonnen in juni 2024 toen de advocate werd betrapt op rijden met een promillage dat volgens de procedure meer dan viermaal boven de toegestane grens lag. Zij verklaarde destijds dat zij zich onveilig had gevoeld door een ex-partner en geen andere manier had gezien om thuis te komen. Naast dat strafrechtelijk gedrag problematisch is voor een advocaat, bleek ook de bedrijfsvoering van haar eenmanspraktijk kwetsbaar: een lage omzet, een negatief vermogen en achterstallige betalingen aan de beroepsorganisatie.
In maart van dit jaar volgde een nieuw incident tijdens haar werk. De advocate kwam te laat op een zitting waar een minderjarige cliënte bij betrokken was. Collega’s merkten dat zij verward overkwam en naar alcohol rook. Zij gaf later toe die nacht niet geslapen te hebben en gedronken te hebben; de betreffende zaak werd toen overgenomen door een collega.
Drie maanden later viel opnieuw op dat haar spraak anders was tijdens telefonisch contact over een vastzittende cliënt. Aanvankelijk bagatelliseerde zij het gedrag, maar uiteindelijk bekende zij meer te hebben gedronken dan eerst gezegd. De toezichthoudend deken sprak eerst begeleiding met haar af, maar na deze reeks gebeurtenissen concludeerde de tuchtrechter dat lichter toezicht of coaching niet voldoende bescherming biedt voor cliënten.
"De schorsing kent geen einddatum."
Gevolgen voor praktijk en cliënten
De uitspraak van de tuchtrechter betekent dat de advocate voorlopig niet mag werken. De schorsing is bedoeld om cliënten te beschermen zolang er onvoldoende zekerheid is over haar bekwaamheid en betrouwbaarheid. Als zij ooit wil terugkeren in het vak, zal zij zelf moeten aantonen dat zij haar werkzaamheden weer op verantwoorde wijze kan uitoefenen.
Voor cliënten in Maastricht en omgeving werpt de zaak vragen op over continuïteit van bijstand in strafzaken, zeker omdat de praktijk van de advocate zich juist op dat terrein richtte. Cliënten die door de maatregel worden geraakt, moeten erop letten dat een zaak tijdig wordt overgedragen of dat vervangende rechtsbijstand wordt geregeld, bijvoorbeeld via collega-advocaten of de lokale rechtsbijstandorganisaties.
Waar lagen de knelpunten?
- Persoonlijk gedrag: rijden met een promillage ver boven de limiet en herhaaldelijk onder invloed tijdens contact met justitiële instanties.
- Beroepsmatig functioneren: verwarde verschijning op zitting, gemiste zittingen en overname van zaken door collega’s.
- Financiële situatie praktijk: lage omzet, negatief vermogen en achterstallige betalingen aan de beroepsorganisatie, wat de kwetsbaarheid van de praktijk vergroot.
| Datum | Gebeurtenis |
|---|---|
| juni 2024 | Rijden met promillage > viermaal de limiet |
| maart 2026 | Te laat op zitting; verwarde indruk; rook naar alcohol |
| drie maanden later (2026) | Telefonisch contact met afwijkende spraak; erkenning van drinken |
| sept. 2026 | Tuchtrechtelijke schorsing, direct ingaand, geen einddatum |
Reacties en lokale context
De zaak werd gemeld bij de toezichthoudend deken, die aanvankelijk koos voor begeleiding en niet meteen tot tuchtmaatregelen overging. Pas na het herhaalde patroon en toen de advocate wisselde van besluit over tijdelijke uitschrijving, besliste de tuchtrechter dat streng ingrijpen noodzakelijk was. De schorsing moet worden gezien in het licht van het grotere belang van rechtsbescherming en de integriteit van de advocatuur.
In Maastricht, waar rechtsbijstand in strafzaken dicht tegen maatschappelijke kwetsbaarheid aanligt, roept dit soort dossiers extra aandacht op voor goede waarborgen en voldoende vervangende capaciteit. Voor cliënten en collegae is het van belang dat procedures transparant blijven en dat zij tijdig geïnformeerd worden over opvolging van zaken.
De tuchtrechter legt daarmee het accent op preventie van risico’s voor cliënten. Zolang er geen duidelijk herstel en bewijs van herstel is, blijft de maatregel van kracht. Voor nu is het aan de advocate zelf om, mocht zij dat wensen, aan te tonen dat zij opnieuw op verantwoorde wijze kan functioneren.