De rechtbank in Den Haag heeft vrijdag een 66-jarige man uit Ede, aangeduid als Eugène N., veroordeeld tot een levenslange gevangenisstraf voor zijn betrokkenheid bij de genocide in Rwanda in 1994. De rechter achtte hem schuldig aan genocide en diverse oorlogsmisdrijven, onder meer omdat hij volgens het dossier een handgranaat in een stadion vol Tutsi’s gooide.
Aard van de beschuldigingen en bewijsvoering
Volgens het Openbaar Ministerie en de rechtbank was Eugène N. in 1994 lokaal bestuurder ('responsable') in een gemeente in de prefectuur Butare. In die hoedanigheid nam hij deel aan gewelddadige acties tegen Tutsi-burgers: woningen zouden zijn binnengedrongen, geplunderd en in brand gestoken. Tienduizenden mensen zochten vervolgens bescherming in een plaatselijk stadion in Mbazi. Daar werden zij volgens verklaringen door militairen en Hutu-extremisten aangevallen; de rechtbank stelde vast dat de verdachte aanwezig was, opdracht gaf om niemand te laten ontsnappen en zelf een handgranaat in de menigte wierp.
De precieze aantallen slachtoffers van het geweld variëren in de stukken: het dossier van het Openbaar Ministerie spreekt van circa 3.000 slachtoffers in het stadion van Mbazi. Een ander overzicht in berichtgeving noemt voor de Rwandese genocide algemeen een schatting van ongeveer 800.000 slachtoffers tussen april en juli 1994, en beschrijft dat in sommige verslagen voor het lokaal bloedbad in het stadion een schatting van 5.000 tot 7.000 slachtoffers is genoemd.
"De rechtbank achtte hem schuldig aan oorlogsmisdrijven en genocide, onder meer door het gooien van een handgranaat in een volgepakt stadion."
Onderzoek, aanhouding en proces
Het Team Internationale Misdrijven begon in 2020 een onderzoek naar de vermeende rol van de verdachte. Na langdurig onderzoek en het horen van tientallen getuigen, vervoegde de zaak zich bij de Nederlandse strafrechtelijke procedure: de verdachte werd in februari 2024 aangehouden. Het Openbaar Ministerie vorderde op 23 juni tijdens het strafproces een levenslange gevangenisstraf.
- Verdachte: Eugène N., 66 jaar, woonachtig in Ede
- Aanklachten: genocide en oorlogsmisdrijven
- Belangrijk bewijs: verklaringen van tientallen getuigen uit Rwanda
- Status: veroordeeld tot levenslang door rechtbank Den Haag; hoger beroep mogelijk
Lokaal perspectief en juridische bijzonderheden
De veroordeling heeft direct lokaal gewicht omdat de veroordeelde sinds eind jaren negentig in Ede woonde. Hij vluchtte volgens de stukken in 1998 naar Nederland en vestigde zich in Ede. Zaken over internationale misdrijven worden in Nederland door de rechtbank Den Haag behandeld, ongeacht waar in Nederland een verdachte woonde of woont; dat verklaart waarom deze zaak in Den Haag werd gevoerd.
In de procedure zijn grote inspanningen geleverd om bewijs en getuigenverklaringen uit Rwanda te verzamelen: rechercheurs spraken met tientallen ooggetuigen ter plaatse en voegden deze verklaringen samen met verklaringen die bij de rechter-commissaris werden afgelegd. De verdediging vroeg om vrijspraak en betwistte de bewijzen; de verdachte ontkende de aantijgingen en stelt zelf ook slachtoffer te zijn van het geweld, omdat hij familieleden verloor.
| Jaar | Belangrijke gebeurtenis |
|---|---|
| 1994 | Genocide in Rwanda; aanval op stadion in Mbazi |
| 1998 | Verdachte vlucht naar Nederland en vestigt zich in Ede |
| 2020 | Start onderzoek door Team Internationale Misdrijven |
| februari 2024 | Aanhouding in Nederland |
| 23 juni (jaar procedure) | OM vordert levenslange gevangenisstraf |
| 28 augustus 2026 | Rechtbank legt levenslange straf op |
De uitspraak is een vervolg op jarenlange internationale inspanningen om verantwoordelijken voor tijdens de genocide gepleegde misdaden te vervolgen. Tegen de veroordeling staat hoger beroep open; het is nog niet bekend of de verdediging daarvan gebruik zal maken. Voor de inwoners van Ede is het bericht dat een voormalige medebewoner door de Nederlandse rechter is veroordeeld voor deelname aan een van de grootste massamoorden van de twintigste eeuw, aanleiding tot vragen over opvang, integratie en toezicht in eerdere decennia.
De zaak onderstreept ook de rol van Nederlandse instanties bij de opsporing en vervolging van internationale misdrijven en toont hoe langdurig onderzoek en internationale samenwerking kunnen leiden tot strafrechtelijke afdoening, ook decennia na de gepleegde feiten.